Deze tekst werd voor het eerst gepubliceerd in het Herdenkingsboekje voor het Vergeten Bombardement op Rotterdam-West, op 31 maart 2026.
Tekst: Lennart Arpots
Aan het Visserijplein ligt het Professor Oudblok. Het oogt gesloten, een beetje verloederd, en is al jaren onderwerp van een slepende discussie over sloop of renovatie. Vorig jaar schreef Open Rotterdam nog een kritisch stuk, en zette vraagtekens bij de ‘cultuurhistorische waarde’ die de Gemeente Rotterdam hecht aan dit blok. Maar wat buiten beeld bleef, is dat dit blok een belangrijk hoofdstuk vormt in de geschiedenis van de Nederlandse woningbouw.
Vóór de eerste Wereldoorlog was de arbeidende klasse van Rotterdam voornamelijk aangewezen op de particuliere woningbouw. Deze woningen hadden geen slaapkamers zoals we die nu kennen, maar een alkoof: in feite een bedstede in het midden van de woning, grenzend aan een voor- of achterkamer. De kamers werden gevuld met gestoffeerde meubels en de vensters behangen met donkere gordijnen die de ganse dag potdicht bleven, zodat de meubels niet zouden verkleuren. De alkoofwoning, waarin vaak niet één, maar twee of zelfs drie gezinnen bij elkaar woonden, was dus één groot stofnest – een paradijs voor de tuberculose-bacterie.
Rond 1921 ontwikkelde architect J.J.P. Oud in opdracht van de nieuwe Gemeentelijke Woningdienst een prototype voor een alternatief woningtype voor arbeiders. Hier kreeg men slaapkamers met daglicht en verse lucht. In Tussendijken ontwierp Oud een plan voor maar liefst 1005 woningen van dit type. Een socialistisch bouwplan, met acht woonblokken rondom gemeenschappelijke weides. Elke weide was toegankelijk via poorten, kreeg collectieve schuurtjes en ook een grote zandbak, waar de buurtkinderen onder toezicht van de bewoners konden spelen.
Uiteindelijk werden vijf van deze woongebouwen volgens de plannen van Oud gebouwd. Rond 1924 was de woningnood echter zó hoog dat in de gemeenteraad werd besloten de regie terug te geven aan de particulieren, die gedacht werden de crisis sneller en goedkoper te kunnen oplossen. Ookde resterende kavels in Tussendijken werden verkocht aan particuliere bouwers voor traditionele alkoofwoningbouw. De drie resterende blokken van Oud met slaapkamerwoningen verdwenen in de prullenmand. Hoewel Tussendijken eigenlijk werd gezien als een mislukte stadswijk, werden de blokken van Oud wereldberoemd. Foto’s van de binnentuinen gingen de hele wereld over en verschijnen nog altijd in publicaties over architectuur- en woningbouwgeschiedenis.
In 1943 viel het bombardement en daarmee werden de blokken bijna volledig verwoest. Een enkel bouwblok werd in 1950 hersteld, maar de rest van de wijk werd volgens volledig andere principes wederopgebouwd. In de jaren ‘80 en ‘90 werden ook de verloederde alkoofwoningen grotendeels gesloopt of verbouwd tot moderne appartementen met slaapkamers. Het herstelde bouwblok van Oud is daarmee de laatste herinnering aan de vooroorlogse arbeiderswoningbouw van Tussendijken. De tuin van dit blok is nog geheel intact – zelfs de zandbak uit 1924 ligt er nog – en is een van de best bewaarde geheimen van de wijk. In de loop van de jaren zijn de toegangen naar de tuin afgesloten; men kan nu alleen nog via de hoekwinkels van het blok de tuin bereiken. Een verzameling van buurtinitiatieven heeft de tuin in gebruik genomen als meent, waarmee het socialistische gedachtegoed van het gebouw doorleeft. Bij Oud House (Jan Kobellstraat 78D) is iedereen elke vrijdag, zaterdag en zondag tussen 12:00 en 17:00 welkom om even de tuin in te wandelen voor een kijkje in het vooroorlogse Tussendijken.



